Tekstvak:   MARELLE  BOERSMA
Tekstvak:

 

TEKSTFRAGMENT SCHADUWSPELEN

 

 

8

 

‘Je bent gestoord! Volledig overgereguleerd. Geen normaal mens!’ Don stond hijgend naast haar.

Maud draaide zich om naar het aanrecht. Ze was tot het bot gegaan tijdens de looptraining. Tempowisselingen als windvlagen om een hoog flatgebouw. Onverwacht en heftig. Ze had behoefte aan rust. En nu dit.

Don schreeuwde door. ‘Denk je nou echt dat ik een volgende keer nog ga opruimen? Jij doet tóch alles opnieuw. Ik word gek van jouw overgeorganiseerde leven.’

Maud probeerde zich in te houden, maar de spanning sloeg op haar ademhaling en ze legde beide handen op het werkblad om rust te vinden. Want hoe makkelijk was het om terug te schelden. Don had de borden verkeerd in de afwasmachine gezet, en niets voorgespoeld. Dat irriteerde haar. Dus dat had ze gezegd, verder niets.

‘Ik hou het voor gezien. Ik ga weg,’ hoorde ze achter zich. ‘Je zoekt het maar uit. Er zit iets los in dat gecontroleerde hoofd van je. Jij leeft alleen maar voor jezelf. En die verdomde sport!’

‘Sport is belangrijk voor me. Maar ik ben niet gek,’ bracht Maud er zacht tegen in. ‘Hoe kun je dat nou zeggen?’ Ze draaide zich naar hem toe.

‘De kopjes moeten op kleur in de afwasmachine, pannen precies volgens de regels in de kast, bestek netjes gestapeld. Belachelijk en onleefbaar.’ Het boze gezicht van haar vriend Don was vertrokken in een woedende grijns.

‘Efficiënt, zul je bedoelen.’

‘Moet je kijken!’ schreeuwde Don haar echter toe. ‘Potjes kruiden op een nette rij, zelfs op alfabet. En waag het niet om een potje scheef terug te zetten. Nee, heibel in de tent! De kruiden moeten in het gelid, het etiket recht naar voren. Belachelijk! Dat is toch geen leven?’

‘Maar jij kookt bijna nooit. Wat maakt het dan uit?’

‘Nee, ik durf niet te koken. Stel dat ik aan jouw overgeorganiseerde keukenspullen kom. Bovendien, zelfs de maaltijden zitten vol structuur. Alles moet passen binnen jouw eet- en trainingsschema. Je sport gaat voor alles. Een keer samen uit eten gaan is er niet bij. Je hele leven hou je onder strikte controle. En mij erbij!’

‘Sport ís mijn leven,’ bracht ze uit. Ze deed moeite om beheerst te klinken. Ze wilde geen ruzie. Ze haatte geschreeuw. Ze moest zich bedwingen. Daar ging het om: controle.

‘Ik heb het helemaal gehad. Ik ga weg. Vandaag nog.’ Don draaide zich om en liep weg.

Maud nam een grote hap lucht. Beheersing. Maar daarna liep ze hem achterna. Ze hield van hem. Ze wilde niet dat hij wegging. Ze had hem nodig. ‘Don, wacht. Doe niet zo raar. Hoezo weg?’

‘Ik kan niet met je samenleven, Maud. Jij laat me niet leven. Je leeft mij. Ik word er knettergek van. Moet je kijken…’ Don stond midden in de slaapkamer en wees op de kast waarin de overhemden op kleur gesorteerd aan hangertjes hingen. ‘En dit.’ Hij rukte een lade open. ‘Alle sokken opgevouwen met een centimeter teen eruit. Waarom? Wat is er verkeerd aan een rolletje? Als ik de was een keer opvouw, doe jij het over. Alleen maar omdat het niet volgens jouw extreme methode is gedaan. Het is echt belachelijk. Je durft niet te leven! Je durft geen risico’s te nemen. Alles moet binnen de door jou bepaalde grenzen. Je bent een afschuwelijke controlfreak!’ Don pakte een weekendtas en smeet zijn overhemden op bed.

Maud kneep haar handen tot vuisten om zich in te houden. Ze duwde haar nagels steeds dieper in het vlees van haar handpalm. Beheers je. Maar het barstte eruit. ‘Ik, een controlfreak? Nou wordt-ie mooi! Wees blij dat ik enige controle hou op ons huishouden. Jij maakt er alleen maar een enorme rotzooi van. Overal laat je alles slingeren. De kleren in elkaar gerold en door elkaar in de kast. Alles moet ik achter je kont opruimen. Het enige wat jij doet is troep maken!’

Don richtte zich langzaam op. De boosheid was volledig verdwenen. Zijn ogen stonden triest. ‘Ik had graag wat anders willen maken dan troep.’

‘O ja? Wat had je dan willen maken? Rotzooi?’ Ze stond als een tijgerin voor hem. Haar handen als klauwen achter haar rug om toe te kunnen slaan en haar borst uitdagend naar voren. Ze baalde van zichzelf, maar kon niet anders. Ze had zichzelf niet meer in de hand. Het was een vreselijk gevoel.

‘Nee.’ Hij zweeg even en sloeg toen zijn ogen naar haar op. ‘Ik had zo graag kinderen met je willen maken.’

 

*

 

Hij was weg. Maud zat in elkaar gedoken op het bed. Resten kleding om haar heen. Een troep. Wanorde. Niet alleen in huis, maar vooral in haar hoofd. Don was weg.

Hij was haar stabiele factor. Met hem had ze oud willen worden. En kinderen? Hoe vaak hadden ze het onderwerp in de laatste twee jaar al aangesneden. Zij wilde wachten. Haar sportcarrière was belangrijk voor haar. Een zwangerschap kon nu niet. Maar Don wilde niet wachten. Elke keer was hij er weer over begonnen.

Zou hij echt wegblijven? Kon ze hem opbellen? Vragen om terug te komen? Of was dat vragen om problemen? Ze had alle concentratie nodig. Zeker nu de Olympische Spelen zo dichtbij waren. Ze moest zich compleet geven tijdens de trainingen. Presteren tijdens de wedstrijden. Maar daarvoor had ze thuis rust nodig. Ze werd kalm van een opgeruimd huis. Zeker na haar urenlange trainingen, die zoveel van haar vergden. Dat moest hij toch kunnen begrijpen?

Nu was het te laat. Don was weg. Echt weg? Ze wist het niet. Ze was de controle kwijt, en dat deed zeer. Ze hield van hem. Ze had hem nodig. Hoe moest ze nu verder? Hoe moest ze het financieel redden? Ze bouwde niet alleen op zijn aanwezigheid en zijn liefde, maar ze was ook afhankelijk van zijn inkomen. Fulltime sporten bracht geen brood op de plank. Nog niet. Daarvoor moest ze hoog in de wereldtop komen. En daarvoor moest ze meer tijd steken in de trainingen. Werkende partners waren in veel gevallen de belangrijkste sponsor. Bij haar ook.

Ze was dus niet alleen Don kwijt, ze zat ook nog eens in financiële problemen. Het drong plotseling tot haar door. De wanhoop perste zich in de diepste vezels van haar gevoel.

Ze moest wat doen. Dit voelde afschuwelijk.

Ze trok een schoon shirt aan. Ze moest zichzelf opjagen. De pijngrens overschrijden. Niet alleen de pijn in haar spieren, maar ook in haar hart. Ze moest lopen, rennen, sprinten. Ze moest de beste worden, ze moest winnen. Prijzengeld binnenhalen. Startgeld innen. Alleen dan kon ze blijven sporten.

 


RECENSIES

 

Schaduwspelen

Foto: Lena Faiman